Steeds meer honger naar underground magazines

Terwijl veel commerciële tijdschriften steeds commerciëler worden, is er een uitgesproken markt voor onafhankelijke bladen aan het ontstaan. Bladen die een nichemarkt bedienen, bladen voor lezers die kiezen voor meer inhoud, meer diepgang en smaak. Art director en blogger Jeremy Leslie (MagCulture), die ook spreekt op Facing Pages, signaleert het ‘heruitvinden van genres’. Hij noemt Port als voorbeeld van een magazine dat het genre van mannenbladen opnieuw definieert, net als het tijdschrift Manzine.

Urban cuisine Het genre van culinaire tijdschriften kent op dit moment ook veel reïncarnaties. Leslie geeft als voorbeeld de recalcitrante bladen Lucky Peach en Put an Egg on it (‘wie had enkele jaren geleden ooit verzonnen een culinair magazine op groen papier te drukken?’), Fricote dat urban cuisine beschrijft en Fire & Knives dat lange essays publiceert over good food. Net zo worden fietsbladen opnieuw uitgevonden: Rouleur en The Ride, voetbalbladen: The Green Soccer Journal, interieurbladen: Apartamento. Ook is er een grote honger naar independent modebladen, vertelt distributeur Peter Stam. Underground fashion magazines Purple en Self Service, bijvoorbeeld, begonnen enkele jaren geleden in hele kleine oplages, maar worden inmiddels wereldwijd verspreid.

Flamboyanter Daarbij worden de independent magazines steeds flamboyanter, zegt Leslie. In vormgeving en papiergebruik. Het innovatieve ontwerp van veel independent magazines is dikwijls het gevolg van een enkele art director die zijn visie uitvoert, in plaats van ‘design by committee’ zoals volgens Leslie bij commerciële bladen vaak gebeurt. Ook wordt de beleving van aanraken en voelen steeds belangrijker. Waar Port een chique combinatie maakt van mat en glossy papier, wordt Manzine bewust gedrukt op ruw, flodderig papier. Leslie: ‘Try to do that on an iPad.’ Maar misschien dat bladen zich wel steeds meer in deze richting ontwikkelen dánkzij het contrast met de iPad.

Alterego Het is de grote uitdaging van dit moment – ook voor independent magazines: hoe vertalen we papieren magazines die zo bedachtzaam zijn gecreëerd in een alterego op de iPad? Een alterego dat net zo karakteristiek is als het papieren magazine? Dat alle voordelen van de iPad benut, maar zónder door te slaan? Want dat zegt Leslie ook: ‘Yes, lets go interactive, but not for the sake of it. We need to calm down.’ Soms werkt het goed. Leslie laat een voorbeeld van The New Yorker zien. Waar de papieren versie vrij droge pagina’s kent van vier kolommen tekst met af en toe een cartoon, bestaat de iPad versie uit een brede overzichtelijke kolom, met veel witruimte en een kleine cartoon. En toch is het geheel onmiskenbaar The New Yorker.

Afstoffen Maar omgekeerd gebeurt het ook, blijkt uit verschillende lezingen. Succesvolle blogs leiden steeds vaker tot de ontwikkeling van papieren magazines. Blogs zoals It’s Nice That, MagCulture en Coverjunkie verzamelen veel moois, maar door de snelheid van een blog (bezoekers bekijken alleen laatste post), zakt het allemaal na een paar dagen of weken in de vergetelheid. Deze drie blogs hebben er daarom voor gekozen een magazine te ontwikkelen dat eenmaal in de zoveel tijd al dat moois uit de archieven afstoft en in het daglicht zet. Ook de redactie van het typografie-blog Slanted, vertelt Julia Kahl, art director van de blog, vond de blog te snel, te vergankelijk en koos ervoor een magazine te ontwikkelen. ‘Maar denk niet dat honderdduizend bezoekers aan je blog ook een oplage van honderdduizend voor het magazine betekent’, waarschuwt Will Hudson van Its Nice That. ‘Wij hebben al een paar jaar een kleine 300.00 bezoekers aan ons blog, maar de oplage voor ons magazine klimt niet boven de 5000.’

Broers Hoe dan ook, het worden steeds betere broers: print en online. Zo langzamerhand onstaan er steeds meer vormen van interactie die goed werken. Jeremy Leslie maakt een mooie vergelijking: ‘In some cases an iPad version is like tv. Bang, bang, you skip through it. While the paper version is like a movie. You can lose yourself in the experience.’

 Andere highlights van Facing Pages 2012:

  • Afwisselende, soms zeer inhoudelijke, soms wat puberale presentaties van independent magazines. Bekende titels als Little White Lies of Mono-Kultur, naast kleine en obscuure bladen als Sick Zine of Kutgitaar.
  • Gouden tip van Peter Stam van distributeur Ideabook aan makers van independent magazines: vraag een ISBN-nummer aan in plaats van een ISSN-nummer. Op die manier mag een nummer van jouw magazine langer verkocht worden op bijvoorbeeld Amazon.

  • Bijzonder openhartig relaas van Studio Room (ontwerpers van Linda, Allerhande, Kampioen, niet echt independent; wel interessant) over de niet zo succesvolle samenwerking met Volkskrant Magazine. Briefing (1. Kom niet aan onze geweldige inhoud 2. Maak onze opmaak lichter, optimistischer 3. Creëer productpagina’s die aantrekkelijk zijn voor onze adverteerders) had alarmbellen moeten doen rinkelen bij Studio Room dat Volkskrant Magazine niet echt wilde restylen en dit tot problemen in de samenwerking zou leiden.
  • Citaat van Max Bruinsma, hoofdredacteur Items: ‘It’s difficult to design a magazine about design. You need to give space to the designers you write about, but you can’t be too neutral. That would be cowardice.’

  • Buitengewoon grappige live review van verschillende bladen door Michael Bojkowski, die erg nerveus wordt van de ‘zak met spullen die zich magazine noemt’ van La mas bella revista. ‘I’m probably an old fuddy duddy, but what I really like about magazines is orderly, parallel spines on my shelf.’
  • Zeer complexe, maar zeer interessante presentatie van Lustlab; niet 1,2,3 samen te vatten.
  • Citaat van Laura Meseguer, typografiedesigner: ‘Formula’s that worked in the past, still work in the present.’ De lettertypes Didot en Bodoni stonden in het verleden voor elegantie. Dat werkt nog steeds zo. Sans Serif werden in het verleden gebruikt ‘for a modern, fresh look’. Dat werkt ook nog precies zo.

  • Advies van bladendokter Carolien Vader aan bladenmakers om niet te denken in termen van ijkpersonen, maar een archetype te kiezen als editorial guide, zoals de ‘explorer’, de ‘caregiver’, de ‘rebel’. Veel sterke magazines hebben een archetype in gedachten. Bij bijvoorbeeld National Geographic is dit de ‘explorer’.
  • Mooi stukje historisch perspectief door highlights uit de recente geschiedenis van tijdschriften, verzorgd door Simon Esterson. Bijvoorbeeld: de ‘great american magazines’, zoals Fortune, Esquire en Portfolio in de jaren vijftig. Het iconische, postmoderne Britse tijdschrift The Face in de jaren tachtig. Het ontstaan van techno-bladen zoals het Amerikaanse Wired als gevolg van de digitale revolutie. En de relaunch van New York magazine in 2004 dat de wedergeboorte van ‘the great American magazine’ symboliseert.

Ik had beloofd met een tas vol bladen terug te komen. Dat zijn drie tassen geworden. Drie tassen met bladen en een kop vol kennis en inspiratie. De komende tijd zal ik af en toe een blad uit de tas trekken om hier te laten zien.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s